VANDAAG

29 februari (2024)

Het water

Maandenlange regenvloed,
Ongewende tranenweide,
Water in complete weelde,
Sloten, beken en rivieren
Vulde tot de rand zo vol
Het stromend water.

Dreigend tot des dijkes rand.
Zwijgend raakt het lippen aan.
Kranen open na de stormen
Blaast het wolken rij aan rij
Ongeremd tot aan de deur.

Om te hullen onze schaamte
Onder plassen, zeeën, beken.
Meren dekken zonde toe.
Niet te zien door bruine soep
De diepe scheuren in het land.
Gevuld de wonden met het natte,
Eindeloze brakke water,
Uit de hemel leeggegoten,
Dankbaar in de schoot benee.

Hier glanst zon in wijde spiegels,
Rimpelt golvend zich de huid,
Springt de vis en kwaakt de vors,
Lest de mens zijn grote dorst,
Wast de stroom de handen schoon,
Neemt de ruimte in tot ver.

Water kletst en drenkt de aarde,
Troost de zielen in de grond,
Klinkt als blije klokkenspelen,
Zingt een vloeibaar ochtendlied.
Groen verrijkt zich alles leven,
Zuigt diep uit de bodem aan,
Uit het reservoir der eeuwen,
Met een doorzichtig gebaar.

Helder vriend wil verder reizen
Tot de grote waterzee.
Stille druppels in zich rustend,
Samen aan elkaar gesmeed,
Weten van de oude cirkel,
Nemen de verhalen mee.

- Wolfram Reisiger

Met het water als metafoor wenst Zutphen Literair alle inwoners van Zutphen een gelukkig nieuwjaar. Het stadsgedicht bezingt de overgang van een beklemmende periode naar mooie inzichten en een positieve kijk op de samenleving. Een elkaar weervinden als onderdeel van dezelfde stroom en tegelijkertijd rustend in jezelf en vertrouwend op je eigen kracht en intuïtie.

Terug naar alle gedichten

Nieuwsbrief

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief!

"*" geeft vereiste velden aan

Naam*

×