VANDAAG

  • 23 juni (1851) D.M. Maaldrink
  • 23 juni (1883) Willy Pétillon

Ter inspiratie voor de lezers

Cees Nooteboom werd op 31 juli negentig jaar. Niet alleen diens dit voorjaar verschenen Zo worden jaren tijd. Gedichten 2022-1955, maar ook al zijn bekende romans en verhalen zijn nog te koop in de winkel.
Dat geldt ook voor Louis Couperus, die honderd jaar geleden overleed. Bovendien verscheen onlangs de biografie Louis Couperus, een verwende vagebond van Caroline de Westenholz. Het boek bevat veel illustraties, geput uit het rijke archief van het Louis Couperus Museum in Den Haag.
Nog meer voor de liefhebbers van biografieën: er verschenen er zojuist maar liefst twee, elkaar deels overlappend, van Gerrit Kouwenaar – door Arjen Fortuin en Wiel Kusters – plus zijn Verzamelde gedichten in een pil van 912 pagina’s.
Ook net verschenen: A.L. Snijders’ postume Oh the world, ah the world, zijn laatste ZKV’s met een keuze uit zijn brieven.
En er blijven nieuwe boeken komen, ook tijdens de vakantie. Op 22 augustus verschijnen van Adriaan van Dis, die veertig jaar geleden debuteerde als auteur,  zowel een nieuwe roman Naar zachtheid en een warm omhelzen, als Een beetje gek, een vrolijke verzameling schetsen van zijn ervaringen met psychoanalyse.
We zien in dit Hanzejaar natuurlijk ook uit naar de Atlas van acht Hanzesteden, waaraan ook onze Michel Groothedde,  stadsarchivaris van Zutphen, heeft bijgedragen.

Zutphen Literair is nog druk bezig met het programma voor volgende jaar en we willen indien mogelijk graag aandacht besteden aan de genoemde auteurs en publicaties.
In ieder geval kunnen we alvast onthullen dat op 18 september in Luxor zowel Adriaan van Dis als Gijs, ‘de Beesten’, Wilbrink zullen worden geïnterviewd.
In het Literair Café van 16 oktober in Cafe De Deur geeft Johan Reijmerink, auteur van het recente Met het oog op het eeuwige, over de poëzie van Nooteboom, daarover een college.
5 november presenteert Feest der Poëzie in Dat Bolwerck een volwaardig Couperus-programma, dat besluit met een declamatorium van de korte thriller ‘De binocle.’

Tot slot van Couperus een fragment van een brief uit Venetië, 1896. Want weelde is het dat alles: dat goud van die kerk met haar heldere mozaïekfiguren, als van een mooi prentenboek, een mooie tooververtelling; dat marmeren schijnbaar matwerk van het vierkante paleis en ook sprookje blijft het altijd door: Blauwbaard kan dadelijk spelen op de Piazza…. Maar regent het als het doen kan in Oktober en vindt men zijn weg niet tusschen het labyrinth van altijd rechte, drukke, heel nauwe straatjes, of moet men zijn weg vervolgen op het water en altijd op het water – ook als men niet droomen wil – in heel langzame gondels of vluggere vapore’s, dan druist het oneigenlijke van deze waterstad te veel tegen ons modern leven in en wij verlangen een oogenblik uit dit eeuwige décor weg te zijn.     

Nieuwsbrief

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief!

"*" geeft vereiste velden aan

Naam*

×