VANDAAG

  • 02 december (1912) Isaäc Groneman

Ida Gerhardt (5)

Geïnspireerd door Ida Gerhardt

In Contact Zutphen-Warnsveld d.d. 13 april 2022 stond een oproep van Zutphen Literair aan de lezers om Ida Gerhardt te gedenken met een gedicht.
In de editie van 23 november zijn de laatste drie inzendingen gepubliceerd.

 

jonge architecten

we speelden op het strandje langs het water
het was niet de zee over wie wij veel gehoord hadden
niet de oceaan waar het altijd schijnt te stormen
en van wie geen mens de overkant kan zien.

het strandje leek op een kleine zandvlakte die
ons vroeg de leegte te vullen met ruimte
zoals een bed de ruimte tot een slaapkamer maakt
we dachten aan een onneembare vesting om het water te keren

we namen zand en stenen en maakten hoge dijken
het dorp moest goed beschermd worden
we kenden de streken van het water dat aanhoudend dreigde
dat vol zelfvertrouwen ons gebouw wilde innemen

gingen we dan een paar uur later nieuwsgierig kijken
zagen we nog slechts de resten die het water ons had gegund
weer hadden we onze invloed verre overschat
weer leerden we het eeuwige getij niet dwars te zitten

volgende keer weer en dan weer alsmaar beter
kinderen van het ogenblik waren we voor altijd

Luuk den Hartog
verwijst naar de verbintenis van Ida Gerhardt met het water en zijn eigen band met de twee rivieren waarlangs hij opgroeide.

______________________________________________________________________

In memoriam Patris

Mijn vader heeft de regenjas al aan.
Hij moet nog even bij de ketels zijn.
Het is al avond en ik ben nog klein.
Ik bof omdat ik met hem mee mag gaan.

Het ketelhuis: zijn dagelijks domein.
Uit wagentjes met zware kleppen wordt
met veel lawaai het zwarte goud gestort
in gaten die als vurige muilen zijn.
Rustig en nauwgezet leest hij de taal
van wijzertjes op meters aan het staal.

Stil kijk ik toe; mijn vader, wàt een man!
Ik denk dat hij misschien wel alles kan.
Als door het donker wij op huis aan gaan,
kondigt gerommel een zwaar onweer aan.
Donder noch bliksem jaagt mij angst aan, want
mijn vaders knuist omvat mijn kleine hand.

Mieke Hettinga
Gedicht geïnspireerd op ‘In memoriam Patris’ dat begint met ‘Mijn vader heeft de waterlaarzen aan’, en tevens een ode aan Ida Gerhardt.

______________________________________________________________________

Onder de omhoog gehesen brug voer een boot
met talloze mensen op de kade rondom de
gebronsde nagedachtenis aan Ida Gerhardt
die kwamen en gingen en kwamen en zaten.

In de verte zag ik Raoul Dufy en dacht eraan
hoe een vriendin me onlangs leerde kijken
in beeldrijmen, het huidige met een herinnering
van wat je ooit zag, in je opnam, vertaalde
naar je eigen culturele lexicon, een bladwijzer
in eeuwen aan kunst, historie, interpretatie, of
nee, je ziet gewoon maar wat en associeert.

Aalscholvers doken aan de ene kant
met mijn overpeinzingen kopje onder
en elders vlogen ganzen hoog over.
En Ida verzwijgt haar eigen beeldrijm.

De boot was allang uit zicht.

Theo Meereboer
schreef 52 gedichten voor Zutphen en kwam vaak op de kade bij het standbeeld van Ida Gerhardt. Zijn inspiratiebron is haar poëtische inslag.

Nieuwsbrief

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief!

"*" geeft vereiste velden aan

Naam*

×