VANDAAG

  • 02 december (1912) Isaäc Groneman

Een onvergetelijke avond tijdens het cellofestival

Trio 2, Shostakovich (1944)

Tijdens het cellofestival speelde eens een trio zo
meeslepend Shostakovich dat de zaal begon te beven.
Het was alsof goden en mensen duivels en engelen
gezamenlijk weenden om hun falen en gebrekkigheid
opgejaagd door Shostakovich zelf die meedogenloos
zijn anatomie van het menselijk bestaan over ons losliet
slechts bijgestaan door één enkel streepje licht.
Pijn het deed pijn alsof iemand onze huid ontvelde
alsof het onze darmen waren waarop spijt onmacht
en wanhoop werden gekerfd over een volslagen
krankzinnige oorlog. Alsof Shostakovich zelfs al wist
welke tragedies we nog te weten zouden komen over
het monster in onszelf en hoe joodse gevangenen in
Auschwitz tijdens een proces God voor zijn misdaden
hadden veroordeeld. Doodstil waren we niemand
kuchte of bewoog we waren één groot oor geworden
de dunste flageolet iedere dissonant ja elke noot
schrijnde als een verse schaafwond. Geen wonder
dat we na afloop als één man oprezen huilden
stampten krijsten klapten alsof ons leven ervan afhing
en ook niet meer op konden houden anders hadden we
onszelf waarschijnlijk ter plekke opgeknoopt of
waren we elkaar juichend om de hals gevallen.

Na de pauze verbleekte het programma
niemand wilde nog luisteren de avond stierf
in een dodelijk vermoeid applaus.

- Otteline van Panthaleon van Eck

Gedicht geschreven ter gelegenheid van het tweejaarlijkse Internationaal Cellofestival Zutphen, editie 2021 (20-29 augustus).
Otteline van Panthaleon van Eck was een van de stadsdichters van Zutphen in 2019-2020.

Terug naar alle gedichten

Nieuwsbrief

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief!

"*" geeft vereiste velden aan

Naam*

×